zondag 15 april 2012

Centraal Museum Utrecht - een Winkel van Sinkel

De dag vóór aanvang van het Museumweekend uitkiezen om naar het museum te gaan. Met een museumjaarkaart is dat een perfect moment. De musea zijn op hun paasbest en van de drukte die op zaterdag en zondag volgt, is nog geen spoor te bekennen. Centraal Museum Utrecht stond al lange tijd op mijn lijstje. Vlakbij kantoor en toch kwam het er nooit van na het werk even binnen te lopen. 

Het Centraal Museum is gehuisvest in een voormalig klooster en telt elf expositiezalen, of -zaaltjes eigenlijk, met bijna alle een andere tentoonstelling. Na Italiaanse invloeden op Utrechtse oude meesters, mode en een Wereld Natuur Fonds-muntentenstoonstelling vermengd met recente aanwinsten ben ik pas vier zalen verder en compleet confuus. Als ik op de plattegrond zie dat de archeologische vondsten, Rietveld, een schip en een punkexpositie nog volgen, vermoed ik dat ik binnen een kwartier buiten sta. Te fragmentarisch en versnipperd, te weinig focus en diepgang.

Het Utrechts schip in de kelder blijkt een aangename verrassing. Het is zo'n duizend jaar oud en gevonden onder de stad. Alle zintuigen worden geprikkeld: het oude hout stinkt en menig bezoeker is snel verdwenen uit de kelder. Van Rietveld zijn de architectuur en de meubels me bekend. Toch vind ik het leuk zijn werken aan te raken of van dichtbij te bekijken.

De laatste twee zalen maken veel van daarvoor goed. God Save the Queen is een expositie over kunst, kraak en punk tussen 1977 en 1984. Het is een uitgebreide, brede weergave van kunst, de krakersrellen, de kroning van Beatrix en de uitzichtloosheid van jonge mensen. Film, muziek, affiches, foto's en de kunst geven samen goed beeld van een periode die ik vooral spelend in een veilige achtertuin meemaakte. De kunst van Eindhovenaren René Daniëls en Henk Visch en Amerikaan Busquiat maken de expositie compleet en mijn middag geslaagd.

Dus mocht je het Centraal Museum in Utrecht bezoeken: start bij zaal elf en loop in omgekeerde volgorde van zalen. Intussen hoop ik dat het museum zichzelf de taak oplegt te focussen. Een winkel waar álles te koop is, is voor niemand aantrekkelijk.

vrijdag 9 maart 2012

De naïeve stemmenharker


‘Later als ik politicus ben, wil ik echt nóóit zo worden. Waarschuw me als ik dit gedrag vertoon’. Politici. Ik kijk ernaar en discussieer erover met vrienden. Gedrag, uitstraling, toon en inhoud. Wat komt sterk over? Wat is schadelijk voor je imago? Bij dat laatste vertrouw ik mijn vrienden erop dat ze me een por geven als ik dreig los te raken van de werkelijkheid.

Ik wens alle politici trouwe vrienden toe die flink porren. Op mijn favoriete medium twitter kwam ik laatst weer zo’n porbehoeftige tegen. Wat is er aan de hand?

Een volkvertegenwoordiger (m/v, binnen de volle breedte van het politieke spectrum) die me bij gelegenheid groet met ‘Hoi Nicolien’ ging me volgen. ‘Leuk’, dacht ik, ‘bijzonder dat hij me volgt’. Ik besloot terug te volgen, uit respect en omdat zijn portefeuille best interessant is. 
Prompt - binnen 24 uur – ontvolgt hij me. Aha. ‘De buit is binnen, een stem erbij, kat in het bakkie’, leek hij te denken. Niet bij mij. Volgen, wachten tot je teruggevolgd wordt en dan ontvolgen is de meest opzichtige truc in social medialand en heeft niks met social te maken. Iemand gaan volgen doe je omdat je oprecht interesse in die persoon hebt, hij grappig twittert of informatief is. Niet om er zelf volgers mee te winnen.

Het gaat verder. Hij blijkt zijn administratie niet op orde te hebben, want een maand later volgt hij me opnieuw. Ik kijk eens beter. De volksvertegenwoordiger volgt thans zo’n 200 mensen en wordt door ruim 700 mensen gevolgd. Hij is in één keer zo’n 60 mensen gaan volgen die hem nog niet terugvolgen. Het is een kwestie van tijd dat een groot deel van deze 60 hem terugvolgt en hij de ontvolgknop weer zal beroeren.

Tja. Deze politicus wint het bij mij niet meer op respect. Een politicus moet betrouwbaar zijn tot in zijn tenen, oprecht en menselijk. Echt, heel Nederland snapt dat je niet iedereen terug kunt volgen als je een vermakelijke, scherp twitterende politicus bent met veel volgers. Heel Nederland snapt ook dat je kansloos bent als je je bedient van platte trucjes om je kiezers binnen te harken.

zaterdag 31 december 2011

Oujaarsdag '82

Êrens beskut teen hierdie hitte
lê 'n ondeurgrondelike jaar en wag
om nader geroep te word
vir sy inhuldiging:
Kouend aan stokkies en stukkies gras,
stug van verveling op sy elmboog gestut,
spits hy sy ore vir sy naam se klank,
voel hy hoe nuwe rites hom lok,
werp hy elke dan en wan 'n blik
op sy gereedschap, wat slaggereed wag
om gerbuik te word:
kastysweep, nekpaal, duimskroef, tugblok.

Ina Rousseau (1926-2005, Zuid-Afrika)


Ergens beschut tegen de hitte van hier
ligt een ondoorgrondelijk jaar en wacht
om nabij geroepen te worden
voor zijn inhuldiging.
Kauwend op stokjes en stukjes gras,
Stram van verveling op zijn elleboog steunend,
spitst hij zijn oren voor de klank van zijn naam,
voelt hij hoe nieuwe rites hem lokken,
werpt hij zo nu en dan een blik
op zijn gereedschap, dat slachtgereed wacht
om gebruikt te worden;
kastijzweep, nekpaal, duimschroef, tuchtblok.

Dag oudjaar, vaarwel 2011.

donderdag 15 december 2011

Het ontbrekende jashaakje op het toilet - een ijdel dilemma

Ken je dat? Voor je de trein of de auto instapt nog even naar het toilet op de locatie waar je zojuist een afspraak had. Jas mee, tas mee, een heel gedoe. Gelukkig hebben de toilethokjes van de meeste kantoren, restaurants en stations wel een jashaakje en anders is er altijd nog de klink van de deur. Dat lukt meestal wel.

Maar dan. Na het plassen handen wassen, dat heb ik thuis geleerd. In de ruimte met wasbakken ontbreken ten enenmale kapstokhaakjes. En wat dan? Eerst jas aan en dan handen wassen, levert je gegarandeerd natte jasmouwen op. Je tas over je schouder en je jas over je arm? De tas glijdt natuurlijk meteen van je schouder zodra je je voorover buigt om je handen onder de kraan te houden. Hmm. Ik probeerde eens met mijn jas tussen mijn benen geklemd naar de handdoekrol te hupsen in zakloperssprong. Dat was geen onverdeeld succes. 

Wat ik wil - vooruit, laat ik me bescheidener uitdrukken - wat ik enorm zou waarderen is dat de ontwerper van publieke toiletruimtes wat extra jashaakjes zou intekenen. Dat de timmerman wat extra haakjes zou bestellen en ophangen. Dat de eigenaar van het kantoor, restaurant of station inziet dat een paar simpele haakjes zoveel toevoegt aan het comfort voor zijn bezoekers... dat zou ik wensen. 

Tot die tijd hannes ik met mijn spullen en denk ik met weemoed aan Flughafen Düsseldorf waar ik extra lang mijn handen waste omdat mijn tas en jas daar zo fijn konden hangen.

dinsdag 29 november 2011

Een klein jongen in de grote google-zoekmachine

De statistieken achter mijn blog vertellen me op welke google-zoektermen bezoekers hier verzeild raken. Aardig om te weten, soms grappig, niks meer. De laatste dagen viel het me op dat ik ineens bijna honderd bezoekers op dit blog had via een voor mij onbekende naam. Een snelle zoekopdracht leert me dat het om een zieke jongen gaat die eergisteren op achtjarige leeftijd overleed. 

Pijnlijk is dan de blog waarop zijn omgeving als eerste terecht komt: mijn betoog over het mediageweld naar aanleiding van de dood van Osama Bin Laden. Zowel de voor- als achternaam van de jongen komen los van elkaar in dat artikel voor. Ai. Een ongelukkig toeval.

De naam van een jongen van acht die streed voor zijn leven, mag ook in de google-zoekmachine met eer naar boven komen. Met dit kleine blogje kan ik minstens dát herstellen. Vaarwel Sven Spijker, rust zacht.

zaterdag 22 oktober 2011

Op museumtour in Zürich

Een somber herfstweekend in Zürich waarin alle regen valt die sinds augustus uitbleef. Wat te doen? Musea zijn huizen van inspiratie en kalmte, van prikkelende zin en relativerende onzin. Voor CHF 40,- (33 euro) koop ik een 72-uurskaart waarmee ik drie dagen onbeperkt mag trammen, bussen en treinen in Zürich én alle musea gratis binnen mag. Dat heeft de stad goed bekeken. En ik ook.

Kunsthaus Zürich is een weldaad aan kunst. Als je in Zürich één museum wil bezoeken, kies dan dit. Met een ruime collectie oude en moderne klassiekers is het heerlijk dwalen. De oudere kunst hangt in de oudbouw van het museum, terwijl de moderne kunst in de fabriekshalachtige aanbouw is opgesteld, die me me doet denken aan De Pont in Tilburg.
De Zwitserse kunstenaar Hodler krijgt veel ruimte. Indrukwekkende kunst onder invloed van zijn tijd. Ik merk dat mijn lekenkunstkennis langzaam maar zeker vorm en inhoud krijgt. Van kunstenaars als Klee, Macke, Marc, Chagall en de groteren zag ik werken in Berlijn, Rome, Madrid, Basel en Nederland en nu in Zürich. Hoewel ik slecht beelden onthoud, leer ik verbanden zien. Naar de vijf werken van Van Gogh in het Kunsthaus kan ik eindeloos blijven kijken.

Museum für Gestaltung Zürich is wat de naam zegt: vorming, toegepaste kunst. Hochhaus - Wunsch und Wirklichkeit licht hoogwoningbouw in wereldsteden en natuurlijk Zürich uit. Wat was het idee van de architect en hoe wonen mensen daar uiteindelijk? De benauwde, volgepropte kamertjes in Hongkong zijn prachtig in beeld gebracht naast de maquettes die een luxer leven beloofden.
Op de etage is een tentoonstelling over Francois Berthoud -  Die Kunst der Modeillustration. Ik had geen idee dat zijn toonaangevende illustraties zo'n arbeidsintensieve drukkunst zijn.

Haus Konstruktiv - Stiftung für konstruktive, konkrete und konzeptuelle Kunst suggereert bouwkunst, toegepaste kunst en architectuur. Ik heb het mis. Het prachtige gebouw heeft nagenoeg lege zalen. De opstelling van een tafel en stoel op een kleed geplaatst, blijkt een heus ontwerp inclusief bouwtekening. Witte vellen papier die onder de noemer invisible painting als kunst moeten doorgaan, gaan me te ver. Binnen een half uur sta ik buiten zonder aangewakkerde nieuwsgierigheid.

Hubertus Exhibitions - migros museum für gegenwartskunst is een onverwacht pareltje in een bedrijfsverzamelgebouw op een industrieterrein. De Zuid-Amerikaanse Díaz Valdéz bewerkt houten meubels en voorwerpen zo dat ze uitklapbaar worden, scharnieren en uit de context nieuwe betekenis krijgen. Het museum is te klein en ligt te ver uit het centrum om veel toeristen te trekken. De reis ernaar toe duurde langer dan het bezoek zelf, maar uiteindelijk was het de vrolijke moeite waard. Hulde aan supermarktketen Migros die ruimte geeft aan prachtige kunst.

woensdag 14 september 2011

Zollverein: industrieel erfgoed in moderne glorie

Het Ruhrgebied. Meteen zie ik de beelden van vroeger bij het Jeugdjournaal: dikke, donkere wolken en een landschap van schoorstenen en fabrieken. Dan ging het over de natuur waarbij het Ruhrgebied fungeerde als de vleesgeworden milieuramp.

Decennia later - als mijn liefde voor industriesteden en industrieel erfgoed groter is dan kapotgerenoveerde Anton Pieckstadjes - word ik op een prachtig zonnige dag meegenomen naar het hart van het Ruhrgebied: Zeche Zollverein in Essen. Met in mijn achterhoofd de transformatie van Strijp-S in Eindhoven, kijk ik mijn ogen uit.

Een gewezen kolenmijn, wat kun je daar nu mee? Nou, veel! Na sluiting van de mijn zijn de gebouwen op het terrein opgeknapt zonder hun industriële, grove uitstraling te schaden. De roestrode verf voor alle stalen balken zorgt voor eenheid en het groen mag welig groeien.
Creatieve ondernemers doen de rest. En dat is wat. Een restaurant in de Kokerei, ateliers, het Ruhrmuseum en grasvelden om te picknicken met je vrienden. Het reuzenrad op zonne-energie gaat beneden door een van de cokesovens en geeft boven uitzicht over het terrein. Bij warm weer plons je in een containerzwembad en in de winter komen de Essenaren er schaatsen.
Waar ooit de kolentreinen reden, is nu een fietspad met kunst aan weerszijden en in het mooie weekend dat wij er liepen, werd er getrouwd en organiseerden de restaurants uit de omgeving er een culinaire proeverij.

De mijnindustrie bracht Essen naast werkgelegenheid en voorspoed ook ernstige vervuiling. Zeche Zollverein bedankt de Essenaren nu met natuur, ruimte en een heel gave plek voor lenige geesten. Ga kijken en klik eerst hier voor wat kiekjes door mijn lens.

zondag 19 juni 2011

Kersenvlaai en een oorlogsveteraan

In mijn fietstenue en met een rood hoofd van de stormachtige tegenwind kom ik de kapperszaak binnenvallen.
'Wat, ben je op de fiets? Hoe ver is dat wel niet, en dan met dit weer! Mij niet gezien hoor. Hier meiske, neem een lekker stuk kersenvlaai. Ik ben gisteren jarig geweest.'
Aan de leestafel zit een rijzige man van tegen de zeventig. Terwijl zijn vrouw in de kappersstoel zit, pakt hij een tijdschrift uit zijn tas.
'Zo. En dan ga ik nu Checkpoint lezen. Dat lees ik elke maand helemaal want dat gaat over mij.'

Een oorlogsveteraan.

'Waar hebt u gediend?'
'In Nieuw-Guinea in 1961-1962. Wij waren het laatste bataljon dat ging. Eigenlijk zou het maar voor zes maanden zijn, maar het duurde uiteindelijk anderhalf jaar voordat we terug naar Nederland konden. We vochten midden in het oerwoud en in hoge velden. Niet iedereen heeft het overleefd hoor. Ons eten werd uit vliegtuigen gegooid. Het was altijd afwachten of we die dag iets kregen. Ik kan het wel tegen mijn vrouw vertellen, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, snap je nooit wat ik daar gezien heb.'
'En uw makkers uit het bataljon...?'
'Ik heb ze nooit meer gezien. Ik kan naar de veteranendagen gaan, maar... tja, weet je... ik denk dat velen ons al ontvallen zijn... ik weet niet of ik dat wil weten.'

We kijken naar buiten. In een volière fladderen groene en gele kanaries.

'In Nieuw-Guinea kwamen de Blue Diamonds en Mieke Telkamp voor ons optreden. Van Mieke Telkamp kreeg ik een kaart waarop ze schreef: Dankjewel voor de rondrit in de jeep. Ik draag die kaart nog altijd bij me in mijn portemonnee. Ik ben nog wel eens naar een optreden van de Blue Diamonds hier in Nederland geweest om ze de foto's te laten zien uit die tijd.'

Ik ben geknipt en zet mijn fietshelm op. Er hangt regen in de lucht.
'Nou meiske, als je zo ver kunt fietsen met dit weer, kom dan ook maar eens bij ons langs.'
De kersenvlaai en de oorlogsveteraan. Ik red het wel, die 21 kilometer tot de warme douche thuis.

dinsdag 7 juni 2011

Vrouwen groeten mij niet terug

'Vrouwen groeten me niet terug, als ik tijdens het hardlopen groet,’ blogt Marc Dubach, ‘is dat de onbevredigde blik in mijn ogen?’

Mensen groeten op straat is de allerkleinste vorm van samenleven. Een groet aan een vreemde betekent: ik zie je, ik accepteer dat jij hier ook loopt, ik gun je een fijne dag. En ook: ik heb je in de gaten als er iets vervelends gebeurt. Afhankelijk van de vreemdeling die je tegenover je hebt, gaat je goeiemiddag of hoi gepaard met een wat zakelijkere toon of juist een ontwapenende lach die je dag goedmaakt. Het korte contact en soms het moment van chemie, geven betekenis aan mijn bescheiden toegevoegde waarde in iemands dagelijks bestaan.

Groeten is gemoedelijk, komt voort uit traditie en is zo Brabants. Eens - we spreken over mijn Bossche studententijd – kreeg ik er discussie over met een maatje. Dat ik tijdens het vegen van de stoep wandelende voorbijgangers groette, vond hij aandachttrekkerij en ik zou er verkeerde verwachtingen mee scheppen. Ongeveer op dat punt eindigde onze vriendschap. Ik groet mensen, wat jaloerse mannen daar ook van vinden. Punt.

Ik moest lachen om Marcs blog. Dat gaat niet over mij, dacht ik toen ik zijn vermakelijke zelfmedelijden las. Toch ging ik op onderzoek uit. Hoe zit dat, groet ik ook niet terug als mannen mij tijdens het sporten groeten?

Ehm, nee. Of misschien toch.

Dat zit zo. Als ik in mijn eentje hardloop, step of fiets in de vrije natuur, is dat vaak op plekken waar niet heel veel anderen zijn. Een vrouw heeft geleerd dat zij met een ‘raak-me-niet-aan’-uitstraling haar veiligheid redelijk kan garanderen. Dat betekent dat ik niet als eerste een mannelijke tegenligger groet en daarmee dus niet uitnodigend ben. Ik wacht af of de heer in kwestie mij groet en roep dan, terwijl we elkaar al drie meter voorbij zijn, nog eens – hoi! – terug. Veel te laat.

Zo bezien is het tegelijkertijd logisch en jammer dat ik voorzichtig ben met groeten op stillere locaties wegens die ene man met die onbevredigde blik in zijn ogen. Dus Marc: haal die hongerige kijk van je gezicht en hardlopende vrouwen zullen je bij bosjes hun warme lach en groet geven.

maandag 23 mei 2011

Over klaprozen en de dood

Talloze keren reed ik er vlak langs af. Nu was ik rechtsaf de oude brink van Riel opgegaan. Een warme, zonnige maandagavond en ik stepte dertig jaar terug in de tijd. Op het bankje bij 't Mariakapelleke leek de drukte van Eindhoven oneindig ver weg. Een jonge knaap met tennisrackets op zijn rug fietste voorbij. Hij sloeg een kruis en keek even omhoog. Wandelaars, een hond die mijn bezwete kuiten kwam inspecteren en een stuur vol bloemen.
Dat was niet het stuur van een meisje, zag ik toen ik opkeek. Een man van rond de vijftig, zijn kalende hoofd met de laatste wapperkrul bedekt, stapte af. Zijn broek was van stuit tot kruis gescheurd maar dat gaf niet. Zijn onderbroek had ongeveer dezelfde beige kleur. Voorzichtig pakte hij de versgeplukte klaprozen van zijn stuur en liep op Maria af. Zo stond hij een tijdje met haar te buurten. Zelf kwam ik niet verder dan mijn bidon over de pot slaphangende viooltjes leeg te gieten en ging voort.

Terwijl een liedje dat ik niet kon duiden door mijn hoofd zong, dacht ik aan mijn lieve oude buurvrouw die we een jaar of zes geleden vonden. Haar flat was keurig opgeruimd, de kachel stond hoog en de televisie op vol volume aan. Ria had daar vier dagen dood gelegen en we waren de laatsten die haar gesproken hadden. Ze was lief en zacht en luisterde naar licht klassiek. Als ik een pak melk voor haar meebracht als ze ziek was, stond ze erop me tot de laatste cent terug te betalen. Ze dronk 's avonds in het café om te vergeten. Ze zei nooit wat ze wou vergeten.
Het beeld van haar daar dood voor de kachel, stond een week lang op mijn netvlies. Een filter tussen mij en de rest van de wereld. Haar broer speelde orgel op haar uitvaart. Toen ik hem bij de cake vertelde dat Ria zo van klassiek hield, onderdrukte hij zijn tranen. Nooit hadden haar broers en zussen haar echt gekend. Kindertehuiskinderen van een kille vader die in de oorlog vocht.

Thuis zocht ik het liedje op dat me op mijn steptocht vergezeld had. Het was Cis Verdonk van Gerard van Maasakkers, besefte ik.
Ik heb de bloemenman niet gezegd dat klaprozen meteen verwelken als ze eenmaal uit het veld geplukt zijn. Moge Maria - of zijn buurvrouw - over hem waken als hij ooit zijn laatste adem uitblaast.