Dus mocht je het Centraal Museum in Utrecht bezoeken: start bij zaal elf en loop in omgekeerde volgorde van zalen. Intussen hoop ik dat het museum zichzelf de taak oplegt te focussen. Een winkel waar álles te koop is, is voor niemand aantrekkelijk.
Nicolien ziet de wereld
zondag 15 april 2012
Centraal Museum Utrecht - een Winkel van Sinkel
Dus mocht je het Centraal Museum in Utrecht bezoeken: start bij zaal elf en loop in omgekeerde volgorde van zalen. Intussen hoop ik dat het museum zichzelf de taak oplegt te focussen. Een winkel waar álles te koop is, is voor niemand aantrekkelijk.
vrijdag 9 maart 2012
De naïeve stemmenharker
zaterdag 31 december 2011
Oujaarsdag '82
lê 'n ondeurgrondelike jaar en wag
om nader geroep te word
vir sy inhuldiging:
Kouend aan stokkies en stukkies gras,
stug van verveling op sy elmboog gestut,
spits hy sy ore vir sy naam se klank,
voel hy hoe nuwe rites hom lok,
werp hy elke dan en wan 'n blik
op sy gereedschap, wat slaggereed wag
om gerbuik te word:
kastysweep, nekpaal, duimskroef, tugblok.
Ina Rousseau (1926-2005, Zuid-Afrika)
Ergens beschut tegen de hitte van hier
ligt een ondoorgrondelijk jaar en wacht
om nabij geroepen te worden
voor zijn inhuldiging.
Kauwend op stokjes en stukjes gras,
Stram van verveling op zijn elleboog steunend,
spitst hij zijn oren voor de klank van zijn naam,
voelt hij hoe nieuwe rites hem lokken,
werpt hij zo nu en dan een blik
op zijn gereedschap, dat slachtgereed wacht
om gebruikt te worden;
kastijzweep, nekpaal, duimschroef, tuchtblok.
Dag oudjaar, vaarwel 2011.
donderdag 15 december 2011
Het ontbrekende jashaakje op het toilet - een ijdel dilemma
Wat ik wil - vooruit, laat ik me bescheidener uitdrukken - wat ik enorm zou waarderen is dat de ontwerper van publieke toiletruimtes wat extra jashaakjes zou intekenen. Dat de timmerman wat extra haakjes zou bestellen en ophangen. Dat de eigenaar van het kantoor, restaurant of station inziet dat een paar simpele haakjes zoveel toevoegt aan het comfort voor zijn bezoekers... dat zou ik wensen. dinsdag 29 november 2011
Een klein jongen in de grote google-zoekmachine
De statistieken achter mijn blog vertellen me op welke google-zoektermen bezoekers hier verzeild raken. Aardig om te weten, soms grappig, niks meer. De laatste dagen viel het me op dat ik ineens bijna honderd bezoekers op dit blog had via een voor mij onbekende naam. Een snelle zoekopdracht leert me dat het om een zieke jongen gaat die eergisteren op achtjarige leeftijd overleed. zaterdag 22 oktober 2011
Op museumtour in Zürich
woensdag 14 september 2011
Zollverein: industrieel erfgoed in moderne glorie
Het Ruhrgebied. Meteen zie ik de beelden van vroeger bij het Jeugdjournaal: dikke, donkere wolken en een landschap van schoorstenen en fabrieken. Dan ging het over de natuur waarbij het Ruhrgebied fungeerde als de vleesgeworden milieuramp.Decennia later - als mijn liefde voor industriesteden en industrieel erfgoed groter is dan kapotgerenoveerde Anton Pieckstadjes - word ik op een prachtig zonnige dag meegenomen naar het hart van het Ruhrgebied: Zeche Zollverein in Essen. Met in mijn achterhoofd de transformatie van Strijp-S in Eindhoven, kijk ik mijn ogen uit.
Een gewezen kolenmijn, wat kun je daar nu mee? Nou, veel! Na sluiting van de mijn zijn de gebouwen op het terrein opgeknapt zonder hun industriële, grove uitstraling te schaden. De roestrode verf voor alle stalen balken zorgt voor eenheid en het groen mag welig groeien.
Creatieve ondernemers doen de rest. En dat is wat. Een restaurant in de Kokerei, ateliers, het Ruhrmuseum en grasvelden om te picknicken met je vrienden. Het reuzenrad op zonne-energie gaat beneden door een van de cokesovens en geeft boven uitzicht over het terrein. Bij warm weer plons je in een containerzwembad en in de winter komen de Essenaren
Waar ooit de kolentreinen reden, is nu een fietspad met kunst aan weerszijden en in het mooie weekend dat wij er liepen, werd er getrouwd en organiseerden de restaurants uit de omgeving er een culinaire proeverij.
De mijnindustrie bracht Essen naast werkgelegenheid en voorspoed ook ernstige vervuiling. Zeche Zollverein bedankt de Essenaren nu met natuur, ruimte en een heel gave plek voor lenige geesten. Ga kijken en klik eerst hier voor wat kiekjes door mijn lens.
zondag 19 juni 2011
Kersenvlaai en een oorlogsveteraan
'Wat, ben je op de fiets? Hoe ver is dat wel niet, en dan met dit weer! Mij niet gezien hoor. Hier meiske, neem een lekker stuk kersenvlaai. Ik ben gisteren jarig geweest.'
Aan de leestafel zit een rijzige man van tegen de zeventig. Terwijl zijn vrouw in de kappersstoel zit, pakt hij een tijdschrift uit zijn tas.
'Zo. En dan ga ik nu Checkpoint lezen. Dat lees ik elke maand helemaal want dat gaat over mij.'
Een oorlogsveteraan.
'Waar hebt u gediend?'
'In Nieuw-Guinea in 1961-1962. Wij waren het laatste bataljon dat ging. Eigenlijk zou het maar voor zes maanden zijn, maar het duurde uiteindelijk anderhalf jaar voordat we terug naar Nederland konden. We vochten midden in het oerwoud en in hoge velden. Niet iedereen heeft het overleefd hoor. Ons eten werd uit vliegtuigen gegooid. Het was altijd afwachten of we die dag iets kregen. Ik kan het wel tegen mijn vrouw vertellen, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, snap je nooit wat ik daar gezien heb.'
'En uw makkers uit het bataljon...?'
'Ik heb ze nooit meer gezien. Ik kan naar de veteranendagen gaan, maar... tja, weet je... ik denk dat velen ons al ontvallen zijn... ik weet niet of ik dat wil weten.'
We kijken naar buiten. In een volière fladderen groene en gele kanaries.
'In Nieuw-Guinea kwamen de Blue Diamonds en Mieke Telkamp voor ons optreden. Van Mieke Telkamp kreeg ik een kaart waarop ze schreef: Dankjewel voor de rondrit in de jeep. Ik draag die kaart nog altijd bij me in mijn portemonnee. Ik ben nog wel eens naar een optreden van de Blue Diamonds hier in Nederland geweest om ze de foto's te laten zien uit die tijd.'
Ik ben geknipt en zet mijn fietshelm op. Er hangt regen in de lucht.
'Nou meiske, als je zo ver kunt fietsen met dit weer, kom dan ook maar eens bij ons langs.'
De kersenvlaai en de oorlogsveteraan. Ik red het wel, die 21 kilometer tot de warme douche thuis.
dinsdag 7 juni 2011
Vrouwen groeten mij niet terug
'Vrouwen groeten me niet terug, als ik tijdens het hardlopen groet,’ blogt Marc Dubach, ‘is dat de onbevredigde blik in mijn ogen?’
Mensen groeten op straat is de allerkleinste vorm van samenleven. Een groet aan een vreemde betekent: ik zie je, ik accepteer dat jij hier ook loopt, ik gun je een fijne dag. En ook: ik heb je in de gaten als er iets vervelends gebeurt. Afhankelijk van de vreemdeling die je tegenover je hebt, gaat je goeiemiddag of hoi gepaard met een wat zakelijkere toon of juist een ontwapenende lach die je dag goedmaakt. Het korte contact en soms het moment van chemie, geven betekenis aan mijn bescheiden toegevoegde waarde in iemands dagelijks bestaan.
Groeten is gemoedelijk, komt voort uit traditie en is zo Brabants. Eens - we spreken over mijn Bossche studententijd – kreeg ik er discussie over met een maatje. Dat ik tijdens het vegen van de stoep wandelende voorbijgangers groette, vond hij aandachttrekkerij en ik zou er verkeerde verwachtingen mee scheppen. Ongeveer op dat punt eindigde onze vriendschap. Ik groet mensen, wat jaloerse mannen daar ook van vinden. Punt.
Ik moest lachen om Marcs blog. Dat gaat niet over mij, dacht ik toen ik zijn vermakelijke zelfmedelijden las. Toch ging ik op onderzoek uit. Hoe zit dat, groet ik ook niet terug als mannen mij tijdens het sporten groeten?
Ehm, nee. Of misschien toch.
Dat zit zo. Als ik in mijn eentje hardloop, step of fiets in de vrije natuur, is dat vaak op plekken waar niet heel veel anderen zijn. Een vrouw heeft geleerd dat zij met een ‘raak-me-niet-aan’-uitstraling haar veiligheid redelijk kan garanderen. Dat betekent dat ik niet als eerste een mannelijke tegenligger groet en daarmee dus niet uitnodigend ben. Ik wacht af of de heer in kwestie mij groet en roep dan, terwijl we elkaar al drie meter voorbij zijn, nog eens – hoi! – terug. Veel te laat.
Zo bezien is het tegelijkertijd logisch en jammer dat ik voorzichtig ben met groeten op stillere locaties wegens die ene man met die onbevredigde blik in zijn ogen. Dus Marc: haal die hongerige kijk van je gezicht en hardlopende vrouwen zullen je bij bosjes hun warme lach en groet geven.
maandag 23 mei 2011
Over klaprozen en de dood
Talloze keren reed ik er vlak langs af. Nu was ik rechtsaf de oude brink van Riel opgegaan. Een warme, zonnige maandagavond en ik stepte dertig jaar terug in de tijd. Op het bankje bij 't Mariakapelleke leek de drukte van Eindhoven oneindig ver weg. Een jonge knaap met tennisrackets op zijn rug fietste voorbij. Hij sloeg een kruis en keek even omhoog. Wandelaars, een hond die mijn bezwete kuiten kwam inspecteren en een stuur vol bloemen.Dat was niet het stuur van een meisje, zag ik toen ik opkeek. Een man van rond de vijftig, zijn kalende hoofd met de laatste wapperkrul bedekt, stapte af. Zijn broek was van stuit tot kruis gescheurd maar dat gaf niet. Zijn onderbroek had ongeveer dezelfde beige kleur. Voorzichtig pakte hij de versgeplukte klaprozen van zijn stuur en liep op Maria af. Zo stond hij een tijdje met haar te buurten. Zelf kwam ik niet verder dan mijn bidon over de pot slaphangende viooltjes leeg te gieten en ging voort.
Het beeld van haar daar dood voor de kachel, stond een week lang op mijn netvlies. Een filter tussen mij en de rest van de wereld. Haar broer speelde orgel op haar uitvaart. Toen ik hem bij de cake vertelde dat Ria zo van klassiek hield, onderdrukte hij zijn tranen. Nooit hadden haar broers en zussen haar echt gekend. Kindertehuiskinderen van een kille vader die in de oorlog vocht.
Thuis zocht ik het liedje op dat me op mijn steptocht vergezeld had. Het was Cis Verdonk van Gerard van Maasakkers, besefte ik.
Ik heb de bloemenman niet gezegd dat klaprozen meteen verwelken als ze eenmaal uit het veld geplukt zijn. Moge Maria - of zijn buurvrouw - over hem waken als hij ooit zijn laatste adem uitblaast.
